vrijdag 19 augustus 2016

Klandestiene bijrijder met Britse baret

Vanuit het Brabantse Maarheeze wordt een grote onlineveiling gehouden van legermaterieel (trucks, tanks en tal van accessoires, samen wel 250 kavels) uit Wereldoorlog 2. Gerestaureerd en eventueel rijklaar. Er is een truck bij, die voor mij, als 12-jarige, de vervulling betekende van een jongensdroom.

In onafzienbare colonnes zagen we ze in 1944, bij de bevrijding van Brabant aankomen. In mijn herinnering werden ze 1500 weights genoemd, maar al googlend kom ik er niet uit. Correcties welkom.

Deze trucks gingen vanaf 1945 tot de uitrusting van het Nederlandse leger behoren. Alweer in mijn herinnering – maar vertrouw er maar niet op – zat het stuur rechts. Mijn oudste broer was destijds, na zijn krijgsgevangenschap en een bijscholing in Glasgow, als tweede luitenant verbonden aan wat toen Aan en Afvoertroepen (AAT) heette. Hij was pas getrouwd en woonde in Harderwijk. Tijdens een logeerpartij aldaar (ik weet nog dat ik op de reis erheen een lange grijze, ongevoerde overjas in de trein had laten liggen, wat te maken kan hebben gehad met het fraaie zomerweer - die wollen jas had ik overgehouden aan een kinderuitzending naar Engeland in het voorjaar van 1945) nodigde hij mij uit, mee te gaan met een oefening colonne rijden over de Veluwe.

Dat lef heb ik – achteraf bezien – nooit achter hem gezocht, want voor zoiets had hij best een douw kunnen krijgen, om van erger maar te zwijgen. Als melkmuil (nou, zóveel zal het niet gescheeld hebben met de aardige rekruut achter het stuur) werd mij, ter camouflage een Britse baret opgezet, niet zo’n kleintje met lederen rand zoals je ze nu, strak over het hoofd getrokken, nog wel ziet, maar zo’n reuzenpannekoek. Ik zie me nog zitten, de elleboog uit het raam; net echt.

Weet er verder nauwelijks meer iets van, maar toch genoeg om met vertedering naar zo’n ‘1500 weight’ te kijken.

donderdag 18 augustus 2016

Bureaucratie

De in Nederland geboren schrijver van Turkse komaf Özcan Akyol is een van de meest gelezen en gewaardeerde columnisten. Hij schrijft onder meer voor de AD/R Nieuwsmedia, waaronder het ED. Hij schuwt bij voorbeeld ‘de Turkse kwestie’ niet, zij het dat hij zich dan begrijpelijkerwijs voorzichtig opstelt en ‘olie op het vuur’ vermijdt. Akyol weet dat hij door de landgenoten van zijn ouders scherp in de gaten wordt gehouden en ziet dat, als ik het goed begrepen heb, ook in zijn mailbox

Vandaag gaat het in zijn column over Nederland, in het bijzonder een schrijnend geval van bureaucratie in de gemeente Apeldoorn: een voedselbank dreigt het loodje te leggen omdat haar vestiging is strijd is met een bestemmingsplan.

Akyol veegt vakkundig de vloer aan met deze naar het lijkt lompe manier van doen, maar hij maakt aan het slot van zijn stuk toch een – voor hem zeldzame – uitglijder. Hij schrijft: Onze hang naar structuur en uniformiteit is misschien een beetje doorgeslagen. Ik begrijp ook wel dat bureaucratie een belangrijk fundament van onze welvaart is, maar als regels zwaarder dan menselijkheid gaan wegen, schiet het middel zijn doelen voorbij.

Bureaucratie als fundament van onze welvaart? Oei, bureaucratie is een kankergezwel in onze maatschappij. Altijd en overal..

dinsdag 16 augustus 2016

Regen als metafoor van Mozarts verveling

Oostenrijk is een regenrijk land, de zuidkant van de Alpen (Karinthië) uitgezonderd. Ongeacht klimaatverandering. Dat weet, diep in z’n hart, iedere toerist als-ie z’n zonnige vakantiekiekjes op herhaalde uitnodiging naar de krant stuurt. De 24-jarige Wolfgang Amadeus Mozart, wiens Geburtshaus in Salzburg de grootste trekpleister is, stelde het al vast.

De meester hield in 1780 ‘n soort dagboek bij, waarin hij onomwonden op ironische toon getuigde van de verveling die hem in Salzburg in z’n greep had. Hij haatte het door zijn broodheer, aartsbisschop Colloredo, gedomineerde provinciestadje, stelde zijn ‘ultieme’ biograaf, Wolfgang Hildesheimer, in 1977 vast. Onderstaand ‘regenjournaal’ is aan Hildesheimers boek ontleend. Af en toe neem ik ook een fragment mee, waaruit het landerige gevoel  van de componist blijkt.

12 augustus 1780: Een donderbui en hard geregend.

13 augustus: Om 7 uur in de Mirabellgarten gaan wandelen zoals je in de Mirabellgarten gaat wandelen, gaan wandelen, zoals je gaat wandelen, gaan zoals je gaat. Regenachtig naar niet geregend, stukje bij beetje – glimlacht de hemel!

14 augustus: Om 6 uur wandelen. Mooi weer, om 9 uur geregend.

15 augustus: Om 7 uur met mijn Papa in de Mirabellgarten gewandeld. Aardig weer. ‘s Middags een donderbui. En geregend.

16 augustus: Na het avondeten naar de finale muziek aan het hof en in het Collegio. Geregend, daarna opgeklaard. En weer geregend.

17 augustus: Bij Mad:selle  Heilig, die met haar grote teen haar neus uitpulkt (…) geweest. Geregend.

18 augustus: Om 7 uur wandelen. Mooi weer. ‘s Avonds is het gaan betrekken. Geregend.

19 augustus: (Hier toont Mozart zich van zijn scabreuse kant.) om te schijten, mijn persoontje, een ezel, een lammeling, weer een ezel, en ten slotte een neus, in de kerk. Thuis gebleven de pomp in mijn aars, pomp mijn aars een beetje erger op. ‘s Middags Katherl bij ons, en ook de Heer Fuchs-Flikflooi, die ik daarna braaf de kont gelikt heb; o kostelijke kont! – Doctor Barisani ook gekomen. De hele dag geregend.

20 augustus: Het meest afschuwelijke weer. Niets dan gieten, gieten, gieten et caetera.

21 augustus: Geregend.

22 augustus: Om half 6 gaan paraderen. Mooi weer.

23 augustus: Om 7 uur in de Mirabellgarten wandelen. Mooi weer. Ben ik een echte idioot? of een flikflooier, ezel en kuitenflikker.

Saldo: 12 dagen, waarvan 10 op z’n minst regenachtig.

Het jaar daarop nam Wolfgang ontslag als musicus aan het Salzburger hof; een schop onder z’n kont van de aartsbisschoppelijke intendant, graaf Arco, was zijn vertrekpremie.

maandag 15 augustus 2016

Toontje lager

Zullen we met z'n allen afspreken, 'n toontje lager te gaan zingen? Ja, ik ook hoor. Begin morgen. De hoge tonen geldt in de eerste plaats het verwachtingspatroon van de Olympische Spelen, kortweg Rio 2016, uitgevent door de al dan niet sociale media, de npo voorop. Mocht u er nog niet achter zijn, dat staat voor Nederlandse Publieke Omroep, maar u mag er wat mij betreft ook Nederlandse Pruts Omroep van maken.

De Britse krant The Guardian – het kan ook The Independent zijn geweest, hou me ten goede – publiceerde zondag een wereldkaart, waarop de deelnemende landen in Rio in cirkels werden weergeven: hoe meer medailles, hoe groter de cirkel. Het beeld week nauwelijks af van de geografische omvang van de landen. Dus Nederland als twaalfde in de rij is redelijk naar verhouding.

We hadden natuurlijk méér verwacht en met name de npo had daar bij voorbaat haar programmering op afgestemd met die Sportzomer, die alle vaste rubrieken op onder meer de nieuws- en sportzender Radio 1 van tafel veegde. Komt goed uit, kunnen al die grootverdieners doorluieren. Dat men daarmee alle belastingbetalers, zonder onderscheid een wanproduct (iemand constateerde 'verslaggeving vanuit de Hilversumse bezemkast') door de strot duwde, zal ze daar een zorg zijn. Resultaat: een massale vlucht naar de commerciëlen, waar ze beter dan wie ook weten dat de komkommertijd iets van een zeer ver verleden is. Wie van mening is dat er buiten de sport niks aan de hand is, steke zijn vinger op.

En wat doe je bij gebrek aan voldoende gouden plakken? Praten, praten, praten, met zo'n reusachtige NOS-knol voor de neus, of in de bezemkast, onder leiding van alweer zo'n fout baardje. Wat 'n geluk dat er even gevlamd kon worden rond de omstreden bierdrinker annex ringartiest Yuri van Gelder. De rechtszaak leverde trouwens op Twitter wel het woord van de dag op: Yuriprudentie.

Toontje lager. Ik mag deze column voorlezen voor onze hoogst eigen Omroep Best, dus laten we vooral de hand in eigen boezem steken. Ook gij gemeenteraad, die in juli met vakantie ging, na de mensen van het cultureel centrum 't Tejaterke met een tekort van € 175.000 euro het bos in te hebben gestuurd. Sommige fracties hebben zich gehaast nog gauw even in Groeiend Best hun paadje schoon te vegen. Een onverdiende vakantie.

(Gesproken column, Omroep Best, 17.08.16, 18:10 uur.)

vrijdag 5 augustus 2016

Bastaardvloeken

Wat hadden ze er een moeite mee, in het radioprogramma Nachtzuster: ‘Waar komt het woord waarempel vandaan?’ Ja met een woordenboek, al is het maar een oude Kramer’s, is het equivalent natuurlijk snel opgezocht: waarachtig, werkelijk. Maar de etymologie, de achtergrond?

Voortijdig wakker, wil ik best graag naar Nachtzuster luisteren, maar bellen of twitteren, niet dat ik er te lui voor ben hoor, maar ik ben als de dood Levensmaatje in haar slaap te storen. Daarom maar dit stukje, want het jeukt wel.

In subjectieve zin, is ‘waarempel’ ‘n soort bastaardvloek, te vergelijken met jeetje voor Jezus en heden (‘Och heden’) voor Here. ‘Gij zult de naam des Heren niet ijdel gebruiken.’ En…alleen God is waarachtig. Potverdomme is nog te sterk potverdikkie mag. Hoewel, mijn (katholieke) moeder was niet ingenomen met een geboortekaartje dat luidde: ‘Potverdikkie, alweer ‘n Soeterikkie.’ Ze zette trouwens wel eens ‘n schaal op tafel met de woorden ‘gort voor domme mensen’.


Op de r.-k lagere school werd ons geleerd, dat vloeken geen zonde was, maar wel onbeschaafd. In rechtzinnig protestantse kringen werd daar dus totaal anders over gedacht, vandaar al die pseudo-vloekjes, of hoe zal ik ze anders noemen.

vrijdag 29 juli 2016

De moeder en haar puber

Over de moeder en haar puber schreef ik al eerder. Intussen gaat het ‘gevecht’ natuurlijk door, nou ja, misschien is het eerder een vorm van overleg. De knul wordt binnenkort vijftien en in verband met de vakanties mocht-ie z’n feestje alvast geven.

Het liefst zonder aanwezigheid van de ouders, natuurlijk. Maar dat is nog eens nadrukkelijk gestipuleerd: voorlopig niet. Zijn lijstje van uit te nodigen vriendjes omvatte liefst dertig namen, maar de moeder vond: begin es met vijftien. Het zouden er uiteindelijk zeventien worden; alla, vooruit dan maar.

Kinderen en drank. Komt er een jongen aanzetten met een fles Baccardi rum. Wat is het alcoholpercentage van dat spul? Vijfendertig procent? Vijfenveertig kan ook.

De moeder: Regel jij dat of ik?

De jarige: Ik zal het wel doen.

Het drankorgel moet zoiets gevraagd hebben als ‘Moet ik nu weg?’ Nee dus. En: ‘Belt je moeder nu mijn ouders op?’ Ook al niet.


Iedereen blij en tevreden. Kans op herhaling miniem. Die rum staat daar op het aanrecht. Misschien was het wel een collectief  'cadeau'. Daar zal dan wel flink over nagekaart worden.

woensdag 20 juli 2016

Boerenkinkels

Thijs Zonneveld is wellicht een van onze beste wielercommentatoren. Ooit prof, zonder sporen van roem weliswaar (die blijft zo ongeveer beperkt tot het winnen van de derde etappe van de Volta Ciclista Internacional a Lleida) weet hij natuurlijk waar hij het over heeft. Bovendien pleegt hij zijn Tourcolumns in briljante, meeslepende stijl te formuleren. Ze vallen onder de categorie ‘een goed verhaal is nooit te lang’. Zodoende is hij hier tijdens de Tour het zonnetje in huis. Hij is ook sterk in het terughalen van vergeten woorden, zoals vandaag boerenkinkel.

Zonneveld schrijft in de AD/R Nieuwsmedia in een weergaloze karakterschets van “de enige echte concurrent van koploper Froome in de Tour 2016”: ‘Bouke Mollema  is, zoals zoveel wielrenners tegenwoordig, bepaald geen ongeletterde boerenkinkel.’

We weten allemaal waar dat op slaat: op de eenvoudige katholieke mannen uit Brabant die in de vorige eeuw het wielrennen ‘op de kaart zetten’. De Wagtmansen, de Van Ests, de baanrenners Braspenninx en Schulte. Die ontwikkelden hun krachten en behendigheid op de fiets als pungelaars met een pak boter op de bagagedrager, achterna gezeten door de douaniers. Het waren géén boeren, eerder bouwvakkers. Sint Willebord, gemeente Etten-Leur, was hun biotoop. Van daaruit bouwden ze hun roem op. Inderdaad, met alleen lagere school, maar voor het fietsen hoefde je niet geletterd te zijn. En mannen als IJzeren Willem (van Est), waren gevormd uit één stuk, ruwe diamanten met lef, die zich aan fietsbanden uit een ravijn lieten hijsen – Wimme in 1951 – om enkele jaren later ‘nog even’ in één dag Bordeaux-Parijs te verschalken.

Ik verwijt Thijs Zonneveld (35) helemaal niks. Hij weet veel over het hedendaagse fietsen, maar weinig van het verleden. En hij is een Hollander en dan sta je wel heel ver af van de boerenkinkels.